philharmonia.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
    Rudolf Nureyev danst in Vaclav Niinsky's choreografie "L'après-midi d'une faune" van Claude Debussy. De oorspronkelijke choreografie is uit 1912 (Ballets Russe de Serge Diaghilev).
    Lees meer...
    Polina Semionova studeerde in 2002 af in Moskau en werd onmiddellijk bij de Berlner Staatsoper en vanaf 2005 bij het Staatsballet aangenomen als eerste solodanseres. Als gastdanseres wordt zij vaak in Wenen gevraagd. Zij schijnt nu al een soort legende te zijn. Zij danst zondag La Péri. Ik ben benieuwd. Ik heb in elk geval  een mooie plaats bemachtigd: parket rij 3 naast het midden gangpad.
    Uploaded with ImageShack.us
    Lees meer...
    Vanavond ga ik naar de laatste voorstelling van Don Quichot door Het Nationale Ballet in Het Muziektheater te Amsterdam. Peter de Jong en Karel van Rooy (bekend van Mini&Maxi) spelen de hoofdrollen. De trailer ziet er i.i.g. erg aantrekkelijk uit!
    Lees meer...
    Let er op dat de fluiten (b.v. bij 9.15 minuten e.v.) ademhalen terwijl ze spelen! (speciale techniek).
     
    Lees meer...
    Joged (flirt-dans) door een klein meisje in West Bali. Erg leuk vind ik. Het orkest is een Joged Bumbung, bestaande uit xylofonen in verschillende grootte van bamboe en bamboefluiten.  Toegevoegd zijn bronzen schellen en een kleine hangende gong (kelentòng). Het orkest wordt niet in de film getoond. Mogelijk wordt er gebruik gemaakt van een bandopname. Dit is n.l. in een private woning en de mensen op West Bali zijn relatief arm en kunnen niet altijd de huur van een orkest betalen. Ook de verlichting is schamel (slechts tl-buizen met een laag vermogen).
    Maar prachtig gedanst en in een romantische en traditionele sfeer: de mensen zitten op de grond.
    Lees meer...
    De eerste compositie die ik leerde instuderen bij Pak Cokorde Mas in 1977/1978 op de Indonesische ambassade aan de Tobias Asserlaan in Den Haag. In augustus 1978 logeerde ik bij zijn familie in Ubud. Zij hadden een eigen orkest, dat zeer ongebruikelijk is, daar zowel orkest als kleding doorgaans gemeenschappelijk bezit van de gonggroep is. In Ubud kreeg ik iedere dag les van I made Demong, maar de kendanglessen bleken voor mij te moeilijk. De Topeng Tua is een maskerdans en betekent: "het oude masker" en betreft de verbeelding van een grijsaard. Het witte haar op zijn hoofdtooi komt van witte paardjes op het eiland Sumba, die slechts dáár voorkomen.
    Lees meer...
    Hier iets over de gamelaninstrumenten, de gamelanmuziek en de dansen op Bali, Indonesië.
     
    De Balische bevolking met haar hindu-cultuur stamt oorspronkelijk uit Oost Java, waar vandaan zij de oprukkende Islam in de 16e eeuw ontvluchtte.
    Er zijn talrijke soorten orkesten op Bali en binnen die soorten zijn geen twee orkesten gelijk (van stemming en samenstelling). Dit heeft in de eerste plaats te maken met de muzikale smaak van de gonggroep.
    Een gonggroep bestaat uit musici èn dansers. De orkestleider die de laagste van de twee kendang (trommels) bespeelt is "primus inter pares" en valt als leider slechts op voor kenners. Alle orkestleden dragen dezelfde kleding: sarong, shirt en hoofdtooi. Vaak is de leider tevens componist - maar dat kan ook een ander orkestlid zijn - want jaarlijks worden er nieuwe lagu (melodieën) gecomponeerd en vaak ook worden er nieuwe dansen (tari) aan het repertoire toegevoegd. De "inhoud" van die dansen is nooit abstract, maar altijd ontleend aan gebeurtenissen in de natuur of gebaseerd op oude verhalen en legenden, zoals b.v. uit de grote klassieke Indische (hinduïstische) epen Mahabaratha en Ramayana.
     
    De vijf belangrijkste orkestsoorten (gongensembles) zijn:
     
    1. Gamelan Gong (5-tonig, voor drama- en dansbegeleiding in tempels)
    2. Gamelan Gong Kebyar (5 tonig, voor de "heftige" en meest geliefde - na-oorlogse - dansen)
    3. Gamelan Semar Pegulingan (de gamelan van de liefdesgod Semar), 7 tonig, die vroeger werd bespeeld in de Puri, het paleis van de vorst. De Legong Kraton in zijn oorspronkelijke lengte van ongeveer 45 minuten werd er gespeeld tijdens het liefdesspel van de vorst. Tegenwoordig speelt men nog vrijwel alleen de toeristische versie van ongeveer 20 minuten.
    4. Gamelan Gong Angklung, 4-tonig en hoog gestemd, die altijd wordt bespeeld bij crematies.
    5. Gamelan Joged Bumbung, een 5-tonig bamboe-orkest ter begeleiding van o.a. flirtdansen.
     
    Daarnaast zijn er nog fluitorkesten en speciale orkesten die geluiden uit de natuur nabootsen (kikkers en krekels o.a.). Verder is er de speciale begeleiding bij wayangvoorstellingen (schaduwspel), de vier staafspelen van de "gender wayang" met zijn typische "antieke" slendro-stemming (verdeling van het oktaaf in ongeveer vijf gelijke afstanden). Maar dit is eigenlijk nauwelijks een orkest te noemen, daar het dus slechts uit vier instrumenten bestaat.
     
    De Gamelan Gong is de oudste orkestvorm. Er wordt traditionele - en tamelijk langzame - muziek op gespeeld, nu nog slechts in bepaalde tempels in het noorden en bij bepaalde tempelfeesten aldaar. Tot begin 20ste eeuw was dit het belangrijkste orkest (nog ontstaan in de Javaanse Tijd).
     
    In de 30er jaren van de vorige eeuw ontstond er in het zuiden van Bali een nieuw orkesttype, dat al gauw zéér geliefd en algemeen verbreid werd: de Gamelan Gong Kebyar (kebyar wil zoiets zeggen als "heftig" of "geëmotioneerd"). Op de instrumenten van dit orkesttype kan men razendsnelle composities spelen, door nieuwe technieken in de manier van spelen en door de nieuwe samenstelling van het orkesttype. Het orkest is enerzijds (wat betreft instrumentsoort) ontwikkeld uit de reeds bestaande Gamelan Gong Semar Pegulingan (paleisorkest) en anderzijds (qua stemming) uit de oude waarschijnlijk nog uit Java daterende Gamelan Gong.
     
    Uit welke instrumenten bestaat zo'n populair Gamelan Gong Kebyar orkest, waarvan er in ieder dorp minstens één is, maar bij de grotere dorpen meerdere zijn.
     
    Van de ongeveer 25 instrumenten bestaat het merendeel (16 tot 18) uit staafspelen. Bronzen staven zijn vrij klinkend opgehangen boven bamboe resonatoren (vaak verborgen in een prachtige houten kast, met gedecoreerd en beschilderd houtsnijwerk).
    Deze staafspelen komen altijd paarsgewijs voor (vandaar het even aantal): het ene instrument is iets hoger gestemd dan het andere, waardoor een zinderend effect ontstaat (zweving), die er voor zorgt dat de klank buiten zover draagt (sustained). De orkesten worden n.l. altijd buiten (vaak onder een afdak) bespeeld. Als je een dorp van verre benadert hoor je 's avonds al de gamelan spelen. Ook de klanken van de vrijhangende gongs (interpunctie-instrumenten) dragen behoorlijk ver.
     
    Staafspelen: 2 gendèran ook wel pengentèr genoemd (met tamelijk grote staven) waar de melodie op wordt gespeeld en vaak ook door de leider van de staafspelen op het laagste van de twee (het vrouwelijke instrument) een korte inleiding en de slotfrase wordt gespeeld. 4 penyacah (middelgrote melodieinstrumenten, die de melodie doubleren; dus iedere melodietoon wordt hierop twee keer achtereen gespeeld; deze instrumenten spelen dus ook twee keer zo snel als de grote gender) en 8 kantilan (kleine staafspelen, voor de omspeling van de melodie d.m.v. korte ineengrijpende, gepuncteerde ritmen. Deze "interlocking patterns" noemt de Baliër (NIET Balinees a.u.b., want dat is Engels) "kotèkan". De 4 penyacah spelen soms ook in kotèkan.
    Op het mannelijke (hoge) instrument wordt "polos" gespeeld, d.w.z. een mannelijk ritme dat òp de tel begint. Op het vrouwelijke (lage) instrument er naast wordt "sangsih" gespeeld, d.w.z. een vrouwelijk ritme dat "contre temps"speelt. Hierdoor kan men samen de al eerder genoemde razendsnelle omspelingen van de melodische lijn produceren, wat door één speler absoluut onmogelijk is te doen.
    Deze staafinstrumenten worden met houten hamertjes met de rechterhand bespeeld. Met duim, wijs- en middelvinger van de linkerhand dempt men de zojuist aangeslagen staaf, omdat anders alles afschuwelijk door elkaar zou klinken, te vergelijken met pianospelen terwijl met het fortepedaal (rechts) ingedrukt houdt.
    Dan zijn er nog vier lage staafinstrumenten: twee middellaag en twee zeer laag, die met pangguls (hamers) worden bespeeld die met rubber of stof zijn bedekt. De klank van deze staven klinkt "orgelachtig".
     
    Belangrijk is de gongsectie die voor de "interpunctie" in de melodische zin zorgt. Een liggende kleine gong (kempli) zorgt voor tempo en maat, een hangende kleine gong (kelentong) zorgt voor de kommapunt, de middelgrote gong (kempur) zorgt voor de komma en de gong agung, de grote (verheven) gong - waarnaar een orkest op Bali in algemene zin wordt genoemd - geeft natuurlijk de punt weer.
     
    De riyong of reyong bestaat uit een rij liggende gongs (meestal 12 of 13) die door vier (soms drie) naast elkaar zittende spelers wordt bespeeld met pangguls die met touw zijn omwikkeld. Men speelt zowel met het touwwerk op de gongverhoging ("knobbel") als met het houten uiteinde van de panggul op de rand van de gongs (bij de z.g. angsels of "breaks")
    Een variant op de riyong is de trompong, die slechts wordt gebruikt bij de speciale Tari Trompong, de trompong-dans, waarbij de danser het instrument bespeelt.
     
    Dan zijn er nog schellen (cengceng), bamboefluiten van verschillende lengten en verschillende toonhoogten en natuurlijk de kendang (trommels). De trommels zijn met twee vellen van verschillende grootte bespannen (een lastig en langdurig karweitje) en worden liggend op schoot gehouden in een beetje schuine stand. De leider van het orkest bespeelt de kendang wadon (de lage "vrouwelijke" trommel). De bespeler van de kendang lanang (de wat hogere "mannelijke" trommel) zorgt voor een ritmisch tegenspel, net als bij "kotèkan" op de kantilan.
    Het bespelen van de kendang is het moeilijkste van alle instrumenten, zeker als je dan ook nog leiding moet geven aan het orkest en de dansers nauwlettend in de gaten moet blijven houden en op de dansers moet reageren.
     
    Bij dansend drama wordt gesproken en gezongen (tegenwoordig vaak door een microfoon).
     
    Traditioneel wordt slechts 's avonds (als het donker is) gedanst, want overdag werkte men op het land. In de 70er en 80er jaren van de vorige eeuw nog meestal bij verlichting van Chinese gaslantaarns (petroleumvergassers), die zo nu en dan "opgepompt" moesten worden door een man die dan van de ene naar de andere lantaarn rende, maar tegenwoordig helaas steeds meer met elekrische verlichting, waardoor er iets van de romantiek verloren is gegaan.
    Vaak zorgt men wel voor een sfeervolle entourage met kaarslicht en natuurlijk bloemen en palmbladversieringen. De dansers en danseressen dansen altijd met blote voeten en meestal op een rode ondergrond (van geverfd cement of beton of op een rood kleed).
    Een priester (brahmaan) zegent orkest en dansers van te voren met wijwater, afkomstig uit de heilige bronnen bij Tampaksiring.
    En tijdens de openingsdans van de avond, de Tari Pendet, strooien jonge danseressen geurende bloemblaadjes uit over publiek en dansvloer.
     
    Voor toeristen worden ook wel speciale voorstellingen bij daglicht verzorgd, maar dat is natuurlijk lang niet zo sfeervol. En het kan slechts gedaan worden door mensen die niet hoeven te werken op het land e.d. Maar tegenwoordig zijn natuurlijk ook erg veel Baliërs werkzaam in de toeristensector, de belangrijkste economische bron van inkomsten voor het eiland. Vroeger - onder Sukarno en Suharto - ging het grootste deel d.m.v. belastingen naar Jakarta, maar dat is gelukkig al lang niet meer zo. Er wordt b.v. stevig in de infrastructuur van het eiland geïnvesteerd.
     
    Het instuderen van dansen en muziek wordt in principe zonder notatie gedaan (voordoen en nadoen). In de KOKAR, het conservatorium voor traditionele Balische dans en muziek in de hoofdstad Denpasar heeft men in de 70er jaren een notatie ontwikkeld, maar die wordt niet of nauwelijks buiten Denpasar gebruikt. En dat is maar goed ook, want verstarring blijft meestal niet uit na zoiets. En het aardige van Bali's dans- en muziekcultuur is nu juist dat in geen twee dorpen dans en muziek hetzelfde is. In Nederland gebruikten wij destijds in de Indonesische ambassade (Balische gamelan) en in het Museum voor Volkenkunde in Leiden (Javaanse gamelan) een cijfernotatie als geheugensteun, maar Baliërs hebben dat niet nodig.
     
    Van 13 oktober tot 11 november 2009 ben ik op Bali en zal dan ongetwijfeld met mijn beide camera's veel filmen. Zo wil ik graag het gehele Ramayana-ballet in Ubud (door Sadha Budaya) opnemen. In 1978 en 1979 filmde ik met 8-mm o.a. in Teges bij Pliatan (Tirta Sari). Dat was toen een dure aangelegenheid (filmpje van ongeveer 3 minuten geluidsfilm kostte ongeveer 20 gulden!) En de beeldkwaliteit was bij avond een stuk minder scherp (grove korrel) dan bij daglicht.
     
    (Wordt vervolgd).
     
     
     
    Lees meer...
    De Legong Kraton is een driedelige dans die door in totaal drie jonge meisjes - tussen 6 en 12 jaar oud, dus vóór de menstruatie begint - werd gedanst in de hof van de Puri (paleis van de radja) als de vorst het liefdesspel bedreef met een van zijn vrouwen. Het gamelanorkest is een Semar Pegulingan, een orkesttype dat na de Tweede Wereldoorlog was verdwenen en met behulp en op aandrang van de Amerikaanse ethnoloog-musicoloog Colin McPhee door Pande (smid) I Made Gableran werd gesmeed en gemaakt in Blabahtu (Gianyar, Bali). Tirta Sari is daarmee de oudste Semar Pegulingan van Bali (50er jaren vorige eeuw). Het heeft vele reizen gemaakt door Amerika, Japan en Europa.
    De "condong" (dienaar) opent de dans met een prachtige inleiding op het eigenlijke verhaal over de overmoedige en roekeloze "koning van Lasem". De "Legong Kraton" geldt als de moeilijkste en tevens meest "klassieke" dans van Bali.
    Voor alle jonge meisjes een uitdaging om eens te mogen dansen. Het oefenen begint al op 3 à 4-jarige leeftijd.
    De andere twee delen: zie youtube.
    Lees meer...
    Welliswaar is dit niet het Mariinsky o.l.v. Valery Gergiev (daar kon ik niets van vinden bij youtube), maar de dans is prachtig en de muziek van Prokofiev natuurlijk ook. Ik zie dan ook uit naar de voorstelling van 6 juni in SP.
    Hier de Montegues en de Capulets.
     
    Lees meer...
    Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl